Inleiding en overzicht

Res mixtae, zaken die gemengd of verward zijn (of in ieder geval kunnen worden), moeten eerst onderscheiden zijn. Wat onderscheiden is, kan weer gemengd of verward raken, en omgekeerd wat een eenheid vormt kan uiteenvallen of door een scherpe blik in stukken worden gehakt. De afwisseling van onderscheiden en ononderscheiden (of minder scherp onderscheiden) zijn, is een denkbeweging die mij in dit onderzoek zal bezighouden. De keuze voor res mixtae als naam van dit onderzoeksproject sluit geenszins uit dat het ook en wellicht vooral over onderscheidingen zal gaan, in het bijzonder wanneer in de maatschappelijke werkelijkheid onderscheidingen in vele gedaanten en met meer of minder kracht optreden. De naam is ook een verwijzing naar een groep Vlaamse en Nederlandse filosofen die in het tijdvak 1995-2005 een reeks studiedagen belegden over thema’s op het raakvlak van wijsbegeerte, politiek en religie. Veel van mijn materiaal uit dit onderzoek is verzameld gedurende die periode, of komt voort uit de onderwerpen die tijdens die studiedagen werden besproken. De uitdrukking zelf is ontleend aan de studie van Ernst Kantorowicz over de idee van ‘de twee lichamen van de koning’ in de middeleeuwse en vroegmoderne ‘politieke theologie’. De koning heeft een natuurlijk en een politiek (of sacraal of mystiek) lichaam, onderscheiden en tegelijk verenigd in één persoon. Wanneer de koning sterft, leeft de Koning door, en het koningschap zal door een opvolger opnieuw worden belichaamd – zo is de gedachte. Het tijdelijke en het eeuwige, het natuurlijke en het goddelijke, het persoonlijke en het institutionele, zijn onderscheiden sferen maar komen ook weer samen in één verschijningsvorm. Hier klinkt een echo van de leer dat Christus zowel God als mens was, en van de presentia realis van Christus’ lichaam in het brood dat in de kerkdienst gezamenlijk genomen en gegeten wordt. Ik wil hier vooral schrijven over het paradoxale karakter van deze dubbelwezens die ook in onze moderne wereld in wellicht iets minder geheimzinnige gestalten voorkomen. Men denke bijvoorbeeld aan de ministeriële verantwoordelijkheid. De rijke wereld van de res mixtae (en ook de personae mixtae) zal ik nog uitvoeriger behandelen.

Uitgangspunt van dit onderzoek is evenwel een breder thema: de verhouding tussen filosofie, godsdienst en politiek, dat wil zeggen: de wijze waarop ze onderscheiden en met elkaar verweven zijn. Op de titelpagina van Spinoza’s Tractatus Theologico-Politicus, anoniem en clandestien verschenen in 1670 bij een Amsterdamse drukkerij (die graag onbekend bleef), lezen we dat het gaat om “een aantal uiteenzettingen, waarin wordt aangetoond dat men de vrijheid van filosoferen (Libertas Philosophandi) niet alleen kan toestaan met behoud van de vroomheid (Pietas) en van de vrede in de staat (Reipublicae Pax), maar dat men haar niet kan opheffen zonder tevens de vrede in de staat en zelfs de vroomheid op te heffen”. Spinoza onderscheidt hier drie verschijningsvormen van het maatschappelijk leven, of zo men wil drie maatschappelijke domeinen: de wetenschap, de godsdienst en de staat, die in zijn ogen naast elkaar kunnen bestaan, en zelfs niet zonder elkaar kunnen voortbestaan. Er is dus onderscheid, maar ook samenhang. Het innig verband benadrukt Spinoza nog eens door uit de eerste brief van Johannes de volgende tekst aan te halen: “Hieraan onderkennen wij dat wij in God blijven en God in ons, dat hij ons van zijn geest gegeven heeft.” Dit geeft ogenschijnlijk weinig blijk van de spanning die schuilgaat achter en onder deze verhandelingen, te weten de mogelijkheid van de opheffing van de vrijheid van denken, die alleen godsdienst en staat zouden overlaten. Dat Spinoza een plaats inneemt in een strijd die gaande is in het Holland van de tweede helft van de zeventiende eeuw, en dus partij is, geeft aan de geopperde samenhang tussen de domeinen en het in de aanhaling opgevoerde ‘wij’ een lading mee die alle goede bedoelingen doorbreekt. Wat mij in dit onderzoek zal bezighouden is deze onenigheid in de maatschappij over de maatschappij die zich voordoet als ogenschijnlijk onpartijdige beschrijving van de maatschappij – in dit geval vooral met deze uiteenzettingen van Spinoza als pièce de résistance.

Spinoza is er veel aan gelegen om de onderscheiden domeinen (of hoe men wetenschap, godsdienst en staat ook wil noemen) in hun hok te krijgen en te houden. In hoofdstuk 15 van zijn verhandeling pleit hij voor een scheiding van theologie en wijsbegeerte, de oefenschool van de gehoorzaamheid en de geduldige zoektocht naar de waarheid, in hoofdstuk 19 voor een onderschikking van de godsdienst aan de overheid, zij het beperkt tot de publieke aspecten van de godsdienst. Wanneer men om te beginnen bedenkt dat het onderscheid tussen theologie en wijsbegeerte door een wijsgeer wordt gemaakt en uitgewerkt, en niet door een theoloog of een buitenstaander, en wanneer men zich afvraagt wat er met de Pietas (over de vertaling met ‘vroomheid’ zal ik nog te spreken komen) gebeurt zodra de overheid zich gaat bemoeien met godsdienstzaken, dan kan men vermoeden dat hier het een en ander uitgelegd moet worden. Spinoza legt uiteraard het nodige uit, maar blijkt maar al te partijdig. Zijn uitleg vertoont de nodige haperingen. Dit is geen beschuldiging of verdachtmaking. Ik wil juist laten zien dat deze onevenwichtigheid onvermijdelijk is en tot de aard van de zaak behoort. Luigi Pirandello schrijft ergens in Iemand, niemand en honderduizend dat wanneer in een kamer drie mensen bijeen zijn er eigenlijk negen personen zijn: de drie mensen zelf, en het beeld dat ieder van de andere twee heeft. Deze verbeelding van onenigheid (het niet één zijn van een samenleving) is de leidraad voor mijn onderzoek. Onderscheidingen gemaakt in een maatschappelijk opzicht betekenen ook meteen onderscheiden (en mogelijk tegenstrijdige) gezichtspunten. Onderscheidt men theologie en filosofie, dan zou de uitkomst moeten zijn een zelfbeschrijving van de theologie, een zelfbeschrijving van de filosofie, een theologische beschrijving van de filosofie, een filosofische beschrijving van de theologie – en dus ook (minstens) twee beschrijvingen van het onderscheid tussen beide. Bij Spinoza ontbreekt het een en ander. En wanneer we een derde personage opvoeren, de staat (de publieke zaak), komen we inderdaad tot negen beschrijvingen – in het meest eenvoudige geval dat elk van de domeinen met één stem spreekt.

Een onderscheiding lijkt een eenvoudig zaak, maar blijkt het bij nader onderzoek allerminst te zijn. Het eerste deel van dit onderzoek gaat over de (politieke) wijsbegeerte van Spinoza – en wel voor zover hij met zijn denken een verschuiving te weeg brengt in de Europese geest en de onderscheidingen die daarin maatgevend zijn. Het tweede deel zal gaan over het onderscheiden zelf, in het bijzonder in een maatschappelijk opzicht. Onderscheidingen zijn allereerst verrichtingen van onze geest, bewegingen in ons denken, taaldaden waarmee wij de wereld beschrijven. Ze zijn vervolgens onderdeel van menselijk verkeer, de uitwisseling van boodschappen, grondslag van maatschappelijke betrekkingen en ordeningen. Ze zijn als uitkomst daarvan ten slotte ook instellingen die het menselijke verkeer inkaderen, en tegelijk inzet kunnen zijn van onenigheid of zelfs politieke strijd. In dit onderzoek verschijnen daarom naast Spinoza ook andere denkers die zich in het bijzonder met het verschijnsel van het onderscheiden hebben bezig gehouden. Spencer-Brown maakte het onderscheid tot onderwerp van een logische bespiegeling, Luhmann maakt deze bespiegeling vruchtbaar voor de beschrijving van maatschappij, en Schmitt ten slotte vraagt aandacht voor de mogelijkheid van intensivering van een onderscheid tot een onderscheid tussen vriend en vijand. Maatschappelijke onderscheidingen brengen derhalve ook een nieuw onderwerp voor ons onderzoek binnen: macht. En daarmee zijn we voor een deel weer terug bij Spinoza, maar dan gezien in het licht van een lange geschiedenis die nog steeds voortduurt: de problematiek van geestelijke en wereldlijke macht.

Het derde deel gaat dan over macht waarbij twee onderscheidingen leidend zijn: dat tussen menselijke vermogens en menselijke instellingen enerzijds, en dat tussen geestelijke en wereldlijke vermogens en instellingen. Het eerste onderscheid sluit aan bij een onderscheiden gebruik van de Latijnse termen potentia (verbonden met vis, virtus) en potestas (verbonden met auctoritas, dominium, imperium en dergelijke), tussen wat mensen vermogen als natuurlijke en vervolgens min of meer beschaafde wezens en wat mensen aan maatschappelijke instellingen stichten die zorgen voor een goed beheer van publieke zaken. Deze onderscheiding wijst tegelijk op res mixtae, bijvoorbeeld in het geval van de stelling dat potestas (bijvoorbeeld de macht van de overheid) wordt bepaald door potentia (bijvoorbeeld wat een menigte mensen vermag te bewerken). Het tweede onderscheid is sterk afhankelijk van voorstellingen die het geestelijke en het wereldlijke onderscheiden, in het bijzonder wanneer het eerste naar een goddelijke sfeer verwijst en het tweede naar het (tijdelijke) aardse bestaan. Spinoza’s driedeling die ons uitgangspunt is verwijst naar een lange geschiedenis – en wijst vooruit op een geschiedenis die voor ons waarneembaar is geworden. Het middeleeuwse onderscheid tussen sacerdotium (potestas spiritualis), regnum (potestas in temporalibus) en studium – de drie ordes die door George Duby zijn beschreven – beantwoordt aan de drie bronnen van de maatgevende orde waaraan mensen gebonden zijn: de goddelijke of eeuwige wetten, de menselijke wetten en de natuurwetten (ontdekt door de menselijke rede). We zien de driedeling ook in de klassieke Grieks-Romeinse wereld terug als een onderscheid tussen mythische, politieke en natuurlijke theologie (de godsleer van het volk, van de wetgevers of staatslieden en van de wijsgeren). En we kennen ook als bronnen van de Europese cultuur de drie steden Jeruzalem (godsdienst), Athene (wijsbegeerte) en Rome (politieke orde).

Deel 1: Spinoza en het theologisch-politiek probleem

Deel 2: Onderscheidingen – van denkbeweging tot politieke orde

Deel 3: Geestelijke en wereldlijke machten

Welcome!

This is popup preview that you can fill with any content you want.

The plugin include some shortcodes, you can read more about them at the bottom of this page. The main 3 sections to configure the popup are:

Appearance: Where you edit the look and feel of the popup.
Display Rules: Here you choose on which page to display the popup (Set to all by default)
Display options: Some important settings about the plugin, being the more important trigger action.